Kazerne
Korps
Aanwerving
Sportproeven
Personeelskader
Opleidingsplan
Organisatie
Statistieken
Dienst 100
Duikers
Extra opdrachten
Preventie
Regio
Wagenpark
Materieel
Foto's
Sport
Activiteiten
Historiek
Humor
 
 
 Sportproeven

De proeven inzake lichamelijke geschiktheid zijn de volgende :


A. Voorligsteun.

Het lichaam, dat op handen en voeten, steunt, vormt een rechte lijn van de schouders tot de hielen terwijl de armen loodrecht op de grond staan. Tijdens de oefening moet de borst de grond lichtjes raken. Armen buigen/strekken 10 maal.

B. Buigen van de armen.

In hang aan de boom of brug, de handen in pronatie, d.w.z. de palm naar binnen. Het toestel wordt op zulk danige hoogte geplaatst dat de voeten de grond niet raken. Voor de goede uit­voe­ring is vereist dat de kin boven de brug uitkomt 4 maal.

C. Evenwicht.

Twee pogingen worden aan de kandidaat toegestaan. De proef gebeurt op een balk van 7 tot 10 cm breed 3,5 m lang, geplaatst op een hoogte van 1,2 m. Vrije manier van op- en afstijgen. De proef wordt gechronometreerd bij het geven van het signaal wanneer de kandidaat zich in evenwicht op de balk gesteld heeft.

De chronometer wordt stilgelegd bij het einde van het parcours, voor de kandidaat het toestel afstijgt, de voet voorwaarts gestrekt op het uiteinde van de boom: in 8".

D. 4 meter touwklimmen.

Twee pogingen met een tussenpoos van 15', worden aan de kandidaat toegestaan. Het startsein wordt aan de kandidaat gegeven wanneer deze bij het touw staat, de armen naast het lichaam: in 15".

E. Beklimmen van de luchtladder (20 m).

Twee pogingen met een tussenpoos van 15', worden aan de kandidaat toegestaan. De start gebeurt aan de voet van de ladder. De kandidaat houdt de armen langs het lichaam en raakt, tot het startsein, de ladder niet aan. De ladder heeft een helling van 70°: In 50".

F. Dragen over 50 meter.

Twee pogingen met een tussenpoos van 30', worden aan de kandidaat toegestaan. De proef bestaat in het dragen van een man/vrouw van hetzelfde gewicht, op 5 kg na, als de drager.

Hulpgreep bij een arm en een been. Het startsein wordt gegeven aan de kandidaat wanneer hij de last heeft opgenomen in 30".

G. Lengtesprong, zonder aanloop.

Twee pogingen met een tussenpoos van 5', worden aan de kandidaat toegestaan. Start: voe­ten gesloten achter de lijn. De afstand wordt bepaald door het dichtst bij de startlijn achterge­laten spoor, ongeacht met welk lichaamsdeel de grond wordt geraakt 2 meter.

H. Dieptesprong.

De kandidaat start vanuit de strekstand en mag geen tussensteun hebben. Het neerkomen gebeurt op een tapijt: 2 meter.

I. 600 meter lopen.

In 2’45".

J. Zwemmen 50 meter.In 80".


De kandidaten moeten slagen in 8 van de 10 proeven; het niet slagen in de proeven C en E is eliminerend.




 
 
 
   

 

 

Concept & Design - XenaNet.Com