Kazerne
Korps
Statistieken
Dienst 100
Duikers
Extra opdrachten
Preventie
Regio
Wagenpark
Materieel
Foto's
Sport
Activiteiten
Historiek
18 Jaar vrouwen
25 Jaar ambulance
55 Jaar luchtladders
Overstromingsramp
Oorlog Deel 2
Bevrijding Deel 3
Humor
 
 
 1 februari 1953 ”De overstromingsramp“

Beste bezoekers van de brandweersite, op 1 februari 2003 is het 50 jaar geleden dat  Nieuwpoort getroffen was door een overstromingsramp.

Ziehier een verslag ervan.


Relaas over de overstromingsramp te Nieuwpoort op 1 februari 1953.

                                                                                 

Door Korporaal Calie Roger

Kandidaat- Officier.


Zondagnacht, 1 februari 1953 te 1u55 werd de bevelhebber van de brandweer van Nieuwpoort, uit zijn slaap gerukt door een schel en dringend herhalende telefoongerinkel.


Vermoedend dat ergens een brand was ontstaan, was hij niet weinig verwonderd van uit de bakkerij Vanhee, gelegen Kaai ter stede, te vernemen dat de kelder van zijn inrichting vol water liep.


Terstond deed hij een beperkte telefonische oproep. Alzo kon een tiental brandweermannen bereikt worden en werd hen opdracht gegeven naar het brandweerstation op te rukken (deze was dan gelegen in de langestraat naast de politie) en aldaar de bevelen af te wachten.

Hij zelf spoedde zich ter plaatse om de toestand te verkennen en stelde het ongelooflijke feit vast, dat rond de omgeving van de bakkerij verschillende straten onder water stonden. Gezien de ernst van de toestand besloot hij onmiddellijk algemeen alarm te geven. De sirene loeide dan ook om 2u10, het op en neergaande klagend geluid had alle moeite om tussen de geweldige storm van het noordwesten door te dringen.


Intussen had de bevelhebber contact genomen met de Heer Burgemeester Gheeraert en werd besloten de Schepen van Openbare Werken eveneens te raadplegen. Een reddingsboot moest bijgehaald worden om het huis van de Schepen te bereiken dat intussen door het steeds stijgende water volledig geisoleerd was. Onze bevelhebber vergezeld van de Heer Burgemeester en enkele manschappen maakten daarop een door hen nooit te vergeten bootreis door de straten van de stad naar het huis van de Schepen.


Een grondige verkenning van het geteisterd gebied volgde daarop, teneinde na te gaan of geen mensenlevens in gevaar waren alsook om de oorzaken van de ramp op te sporen. De oorzaak van deze overstroming was weldra geen geheim meer. Door de geweldige storm uit het noordwesten, juist op het tijdstip dat één van de hoogste watertijden zich voordeed, was de bruisende watervloed zodanig gestegen dat het water van de haven over de kaaimuur stroomde naar de  lager gelegen gedeelten van de stad. Een bres geslagen in de dijk van het kattesas maakte de toestand noch hachelijker. Het water was gedurende deze korte periode zodanig gerezen dat het op sommige plaatsen een hoogte van 1m10 bereikte.


Het brandweerstation was eveneens onder water gelopen tot op een hoogte van 0,25m. Ook de herstellingsput voor de autovoertuigen was volgelopen en de balken welke deze put overdekken waren weggedreven met noodlottig gevolg dat twee aanrukkende brandweermannen, waaronder de schrijver, tot groot jolijt van de aanwezige mannen, recht in doken. Gelukkig kwamen wij er met de schrik en een nat pak van af. Na droge kledij aangetrokken te hebben, zonder een flinke hartversterking te vergeten, waren wij weer op onze post en hebben gelukkig geen hinder meer ondervonden van dit al te fris morgenbad.


Het korps van Veurne kwam  eerst ter plaatse maar kon niet beginnen daar  het water nog onvoldoende afgenomen was.

Omstreeks 4u30 begon in enkele straten het water af te nemen. Onmiddellijk werden door Veurne

5 pompen en door ons korps 3 pompen in werking gesteld. Het was natuurlijk niet mogelijk al de geteisterden in eens te helpen. We moesten ons beperken tot de meest noodzakelijkste gevallen en vooral optreden bij bakkers, beenhouwers en andere handelszaken welke de gewone bevoorrading van de bevolking moest verzekeren. In de loop van de vroege morgen kwamen nog andere gevraagde korpsen hulp bieden, zodat wij in de eerste uren na de ramp reeds 19 brandweerpompen in werking hadden.



Na het terugtrekken van het water, boden de straten van de stad een troosteloze aanblik. Overal waren grondverzakkingen, de rijwegen en voetpaden waren bezaaid met balken, planken, ledige vaten, vuilnis enz. dat met de watervloed was aangespoeld.


In de huiskamers, kelders en ander vertrekken van de geteisterden was het niet beter gesteld. Meubels, koopwaar, machines, auto’s, alles was in zo een korte tijd volledig vernield of grotendeels waardeloos geworden. De vloed had zo velen van ons in hun slaap verrast, dat voor zij het wel en goed beseften, de woonkamers en kelders in een drijvende en vernietigende warboel hadden herschapen.


Onverpoosd werd gepompt om te redden wat nog te redden was. De korpsen ontzagen zich geen moeite en de grootste mogelijke bijstand werd aan de geteisterden verleend. Zonder onderbreking werd door de hulpverlenende korpsen doorgewerkt tot de maandagmorgen, waarna zij na een korte rustperiode terug na de middag de hulpverlening hervat hebben.


Het korps van Nieuwpoort stond in de bres tot maandagavond 19u. Het Nationaal Hulpkorps dat enkel een zeer korte nachtrust had genomen werkte tot maandagavond 23u om daarop onmiddellijk te vertrekken en hulp te bieden aan de geteisterde streek rond Antwerpen.


De maandagnamiddag kregen wij nog versterking van Diksmuide en Leke. De algemene toestand werd ’s avonds besproken tijdens een vergadering op het stadhuis. Daar werd besloten beroep te doen op meerdere korpsen uit West-Vlaanderen, te meer dat het Nationaal Hulpkorps de stad moest verlaten en het daardoor dringend nodig was in hun vervanging te voorzien.


Vanaf dinsdagmorgen werd systematisch het werk verdeeld. De 16 Hulpverlenende korpsen kregen elk hun aangewezen sector welde zij bewerkten. Behalve de reeds vermelde korpsen kwamen die dag hun hulp aanbieden: Poperinge, Marke, Ieper, Bissegem, Torhout, Vlamertinghe, Avelgem, Wevelgem en Harelbeke. In Totaal werden op de derde dag 27 pompen opgesteld.


Vermelden wij ook nog dat telkens 2 uur voor  het hoog water en 2 uur  daarna overgepompt werd van uit de riolering naar de haven. Dit was van groot belang omdat de riolen op deze tijdstippen moesten gesloten worden en deze steeds boordevol waren. Naargelang de noodzakelijkheid werden op de riolen 4 tot 5 pompen met groot debiet opgesteld, welke regelmatig het overtollig water uit de riolen overpompten.


De Rode Kruis afdeling Nieuwpoort voorzorg de brandweermannen van warme soep en koffie wat ten zeerste op prijs werd gesteld. Dezelfde dag kregen wij het bezoek van onze brandweerinspecteur, de Heer A. Geers, welke samen met onze bevelhebber de korpsen bezocht en hun werking.


’s Avonds waren wij de toestand meester en werd besloten enkele korpsen uit te schakelen, zoals het korps van Leke, Marke, Wevelgem, Vlamertinghe, Ieper Torhout en Avelgem. Het merendeel van deze korpsen zouden reeds van dezelfde dag op de bres staan te Oostende waar hulpverlening ook dringend nodig was.


Op woensdag waren nog de volgende hulpverlenende korpsen aan het werk: Oostduinkerke, Veurne, De  Panne, Koksijde, Diksmuide, Poperinge, Bissegem, en Harelbeke. Dit was daarmede ook de laatste dag van deze zo spontane en onvergetelijke hulpverlening.


Het overige van de week bleef het korps van Nieuwpoort nog alleen aan het werk. Op zondag moesten we zelfs vanwege het vriesweer de pompen stilleggen. In de loop van de volgende week werden dan geleidelijk onze pompen en manschappen uitgeschakeld om dan definitief stil te leggen op zaterdagavond 14 februari 1953.


Langs deze weg bedanken we van harte al die mensen welke door  hun onbaatzuchtige toewijding, hebben medegewerkt om onze geliefde stad zo spoedig van het zilte zeewater te bevrijden.

Vermelden we vooral de hulpbiedende korpsen, onze Burgemeester alsook onze bevelhebber, die onverdroten en enkel met de gedachte bezield zijn medemensen te helpen, dag en nacht de toestand in handen had en deze ook met een kundig hand heeft weten te leiden.



Hopen wij dat onze stad nooit meer dergelijke ramp mag beleven. Het is veel aangenamer voor de Westvlaamse korpsen in beter omstandigheden hun weg op te slaan naar Nieuwpoort, zoals dit onlangs geschiedde naar het Zomercongres, dan, om in de bittere koude, alhier kelders uit te pompen.



De verslaggever,       

Korporaal Calie Roger

Kandidaat-Officier


Nieuwpoort, 24 februari 1953


Het is ook nog eens het vermelden waard dat in de maand februari Zijn Majesteit de Koning op bezoek kwam naar onze geteisterde stad.


Brandweermannen die tijdens de overstroming de helpende hand toestaken waren

Verhaeghe Hector, Verhelst Karel, Cuyle Georges, Demeester Karel, Therssen Cyriel, Desmedt Albert, Mercy Maurice, Mercy Bernard, Rosseel Robert. Reeds sinds enkele jaren gestorven.

 Er zijn er nog slechts 2 in leven: David Victor en Bonjé Henri.


 
 
 
   

 

 

Concept & Design - XenaNet.Com