Kazerne
Korps
Statistieken
Dienst 100
Duikers
Extra opdrachten
Preventie
Regio
Wagenpark
Materieel
Foto's
Sport
Activiteiten
Historiek
18 Jaar vrouwen
25 Jaar ambulance
55 Jaar luchtladders
Overstromingsramp
Oorlog Deel 2
Bevrijding Deel 3
Humor
 
 
 Oorlogsdagboek Deel II

Door luitenant-bevelhebber Berquin (1945)


Luchtaanval van 4 februari 1941 te 22u45 

Een vijftigtal brandbommen en drie springbommen kwamen op de stad terecht. De springbommen vernielden de hoofdleiding van de waterleiding, hetgeen voor gevolg had dat de brandmonden niet konden gebruikt worden en wij om zo te zeggen machteloos waren om de branden, veroorzaakt door de brandbommen te bestrijden. Deze laatste waren gelukkig niet talrijk.

Drie tot vier die wij met water gevonden in een put op de koer van het postgebouw, konden bestrijden en overmeesteren vooraleer grote schade was aangericht.


Het huis van kunstschilder Buffel was er het ergst aan toe.


Ik vraag mij af wat er zou gebeurd zijn indien wij werkelijk voor grote branden hadden komen te staan, te meer dat het materiaal waarover wij beschikten onvoldoende is.

Een bijzonder gedeelte opgeist zijnde door de Duitse overheid.


Het bezit van de Nieuwpoortenaren eist betere bescherming. Zestien mannen beantwoorden de oproep en deden allen hun plicht. Zo er niet dringend het noodzakelijk materiaal ter hand gesteld wordt en tevens de brandweer door openbare besturen beter gesteund en geholpen wordt, vrees ik bij nog gebeurlijke luchtaanvallen op onze stad, voor onze bevolking en het patrimonium het ergste.


Luchtaanval van 11 februari 1941 om 01u45 

Om 01u45  ‘s morgens werd onze stad nogmaals uit de lucht aangevallen.

Drie springbommen kwamen terecht in de Gasstraat, waar ze grote schade aanrichten aan de dar staande huizen en aan het caf ”In de Nieuwe Wereld“ . Als bij wonder waren er geen doden noch gekwetsten te betreuren, niettegenstaande de bewoners van deze huizen op de verdieping sliepen.


Een achttal brandbommen kwamen terecht op den rond de hofstede van de heer Decraemer Idesbald, gelegen langs de vaar naar Veurne tussen de gasketel en de fabriek Litophone.


Bij onze aankomst aldaar schenen de stallingen met grote zolderingen opgepropt met stro, hooi en haver in de vlammen op te gaan. Het aangebouwde huis met verdieping was sterk bedreigd, temeer daar de wind het vuur naar deze gebouwen aanwakkerde. Wij stonden weer voor een reusachtige taak en vatten de aanval tegen het vernielende element met verenigde krachten aan.

Wij gelukten, na een strijd van acht uren, niet alleen het eigelijke gebouw met verdieping en afhankelijkheden en haar inhoud, zijnde 2.000 kilo haver en allerhande landbouwmateriaal te redden.

5.000 kg stro en 3.000 kg hooi gingen in de vlammen op of werden door het water onbruikbaar gemaakt.


Zulke branden zijn door de brandweer zeer moeilijke te bestrijden en vragen grote krachtinspanningen en veel geduld. Alles wat die zolderingen bevatte van hooi en stro moest ontruimd worden en bundel per bundel geblust worden.


Luchtaanval van 25 augustus 1941 tussen 10u50 en 11 uur

Op maandag 25 augustus vielen er vier brandbommen op gebouwen in de Sint Jacobstraat en de Potterstraat. Buiten de stad viel er n springbom met tijdsmechanisme . De brandbommen waren van het type IKGR 750 met een lengte van 544mm.

In de potterstraat ontbrande de brandbom niet. Hij kwam door het dak van een stal terecht op de vloer waar hij pas de volgende dag door de bewoner ontdekt werd. Een duitse soldaat bracht de brandbom over naar de kommandatuur.

In de Sint Jacobstraat viel een brandbom in het huisnummer 5. De brand werd geblust door Duitse soldaten zonder veel schade. Twee brandbommen vielen in een reeds vernield huis. En  ontvlamde en werd geblust. De tweede werd door de brandweerbevelhebber overgebracht naar de kommandatuur.


Luchtaanval van 21 juli 1942 om 16u45.

Op dinsdagnamiddag 21 juli omstreeks werd Nieuwpoort en omgeving aangevallen door een vijftiental Engelse jachtvliegtuigen. Het afweergeschut kwam in actie, maar de stad werd verschillende malen door de Engelse vlieger gemitrailleerd.


De gasketel, gelegen aan de Veurnevaart werd getroffen door mitrailleussekogels aan de bovenkant en aan de Oostzijde en is in brand gevlogen. Grote vlammen sloegen uit de openingen. De brandweer trad een tiental minuten later reeds op , terwijl de leden van de luchtbescherming de straat afsperden.

Samen met enkele Duitse soldaten, personeel van de gasdienst en de brandweer wed de brand bestreden met zand. Omstreeks 2O uur was alles terug onder controle.


De Engelse aanval zorgde wel voor veel leed in de stad. Een schippersvrouw van 35 werd door een kogel getroffen in het achterhoofd, een 13 jarig meisje wed aan de linkerhiel verwond en beiden werden overgebracht naar de kliniek te Veurne. Een arbeider van de Lithophone wed geraakt door twee kogels en stierf ter plaatse. Een bewoner uit St.Joris wed door een kogel getroffen in de dij.

Ook het visserschip N106 werd op zee gemitraileerd, hierbij vond de matroos Swartvaegher uit De Panne de dood.


Ontploffingen op 7 april en 8 mei 1943.

Op 7 april om 23u3O ontploften er door het hevige stormweder enkele mijnen in 2 villa’s op de Zeedijk. Deze twee villa’s waren zoals  volledig de Zeedijk door de bezettende overheid gemineerd. De blussing werken verliepen erg moeilijk en waren zeer gevaarlijk daar de gelegde mijnen ieder ogenblik konden ontploffen. De blussing werken konden dan ook slechts via de achterzijde gebeuren. De brandweer was aanwezig met 8 manschappen en 1 motorpomp. De brandweer van Oostduinkerke kwam eveneens ter plaatse.

Op 8 mei gebeurde hetzelfde met drie ander villa’s op de Zeedijk. Ook hier was het stormweder er de oorzaak van dat er mijnen ontploften.

 

Luchtaanval van 23 september 1943 te 21u25.

Op 23 september omstreeks 21u45 kwamen er een twintigtal brandbommen, waaronder fosforbommen op de stallingen en bergingen terecht van landbouwer Emiel Loones. Hierbij werd de schoonzoon aan het hoofd verwond terwijl hij zijn vrouw en kind in veiligheid wilde brengen. Twee landbouwvoertuigen, 1ha65 tarwe, 1ha65  haver, 1ha75 erwten, 68a gerst, 25a witte bonen,

10.000 kg stro en 5 ton aardappelen gingen samen met de stallingen in de vlammen op. De grote schade is te wijden aan het laattijdig oproepen van de brandweer die pas een uur na de luchtaanval ter plaatse kwam met een motorpomp.


Luchtaanval van 18 maart 1944 te 21u00.

Op 18 maart 1944 kwamen er 106 brandbommen terecht op het grondgebied en omgeving van de steenbakkerij N.V.Nieuwpoort en Extentrien langs de weg Nieuwpoort-Plassendaele vaart. Enkele hangaars werden vernield maar de schade bleef beperkt en volgens de bevelvoerder werd hier een ramp vermeden door het optreden van de brandweer.


Luchtaanval van 10 april 1944 om 18u45.

Op de 2e paasdag te 18u45 werd onze stad onverwachts aangevallen door vliegers, komende uit zuid-oostelijke richting. Een veertigtal bommen werden uitgeworpen op de stad en haven. Kort na de aanval trad de brandweer uit eigen beweging op, om in samenwerking met de luchtbescherming en toegesnelde vrijwilligers de slachtoffers te redden en te helpen. Iets waarin wij na 2 uur moedig werken geslaagd waren.


Ongelukkig werden er 10 doden geborgen en 7 gekwetsten van onder het puin van de ingestorte huizen gered en door de zorgen van de brandweer bij familie ondergebracht of naar de kliniek van Oostende gevoerd.


Na twee dagen is een kindje, dat vrij zwaar gekwetst werd, overleden. Het aantal doden bedroeg dus 11 slachtoffers.


In de Ieperstraat werden vijf huizen totaal vernield, terwijl een twintigtal anderen beschadigd werden.

In de haven werden 14 vissersvaartuigen gekelderd en evenveel zwaar beschadigd.


Tijdens deze aanval ontstonden geen branden. Tijdens de reddingswerken werkten de politiediensten, rijkswacht, Luchtbescherming en brandweer voorbeeldig samen. De brandweer van Oostduinkerke kwam ter plaatse om mede te helpen.



 
 
 
   

 

 

Concept & Design - XenaNet.Com